Wat is dat toch dat stotteren? Als ik muziek maak heb ik nergens last van en als ik voor een orkest sta kan ik grappen maken. Ben ik de enige stotterende dirigent van het land?
28 maart 2019

De verbinding valt niet weg, ik val weg

Het was weer eens zover. Afgelopen maandagavond ging ik naar een bijeenkomst van het Broodfonds. Een beetje onwennig merkte ik, omdat je niet weet wie je bij zo’n fonds gaat ontmoeten. Maar ja, ik praat ondanks mijn stotteren best makkelijk, dus ik vind het ook altijd leuk om me te begeven in een kring van nieuwe mensen. Vol goede moed begon ik de avond tot het moment daar was: “We gaan een voorstel rondje doen, in één zin vertel je wie je bent en wat je doet”. En daar stroomde mijn lijf vol met die stomme spanning die ik zo goed ken van school. Kan ik niet gewoon weg? Gewoon naar het podium? Naar mijn orkest of band? Daar voel ik me als een vis in het water.
Even voor de duidelijkheid : ik ben Cees met een C (spreek uit de K), Coenen met een C (spreek uit de K) en ben Dirigent met een dikke D. Allemaal letters waar je als stotteraar niet omheen kunt. Automatisch ging ik stoelen tellen…. 10 per rij, 8 rijen en ik zat in de tweede groep dus 11 rijen te gaan. En de zaal zat niet vol dus het was nog lastiger rekenen. 

Staccatissimo

Het uitspreken van een Italiaanse muziekterm gaat niet altijd vlekkeloos

Wat is dat toch dat stotteren? Als ik muziek maak heb ik nergens last van, zingen gaat vloeiend, trombone spelen gaat me (vind ik zelf) wel makkelijk af en als ik voor een orkest sta kan ik grappen maken. De meeste interviews die ik geef voor radio of tv gaan altijd goed. Als ik maar mag praten over muziek. Ik ben bij Del Ferro geweest en ik weet hoe ik zonder stotteren moet praten. Adem in, adem uit, middenrif onder controle en op de uitademing praten. Het is net muziek maken! Eigenlijk heel simpel. Maar ik was niet meer Cees die AdHoc ergens op kon reageren… Adem in, adem uit.. nog een keer…shit, iemand anders heeft de grap al gemaakt, te laat. Dus dan maar weer lekker stotteren.
Totdat het verrekte mannetje weer op mijn schouders klimt en zegt ‘je vindt het moeilijk hè dat woord dat er aan komt, dat gaat lekker mis’. Ook dit herken ik bij het muziek maken. Je speelt een passage, bent er onzeker over en plotseling gaat alles trillen. Je mondstuk springt alle kanten op en je hebt het idee dat iedereen het hoort. Meestal valt dat mee, maar bij stotteren hoort iedereen het. Gelijk die blikken, of die stilte die valt. Meestal maak ik een grapje en is het ijs snel gebroken, maar toch. 

Het voorstel rondje begon en ik was aan de beurt. Niemand ziet iets aan me tot het moment dat ik mijn mond open doe en ga praten: “Hoi, ik ben Ccccccees en ik sssssssssttttotter. Ggggaat me in één zzzzzzin dus niet lukken.” Natuurlijk schoten er mensen in de lach. Niet om het stotteren maar om de grap. En daarna sprak ik vloeiend verder. 

Ik ben met een nieuw project bezig, een sociaal muzikaal platform in Leusden. En daarvoor moet ik heel veel bellen. Uitleggen wat ik ga doen, vertellen waarom ik bel en in het ergste geval vragen of er geld voor is om mij verder te helpen dit platform op te zetten. Op gesprek bij de wethouder om brutaal om geld te vragen, gelukkig heb ik hem ontmoet tijdens een optreden. Het wordt een mooi project, veel enthousiaste mensen en het geeft energie. Toch blijft dat stotteren maar knagen ergens. Het maakt je onzeker op het moment dat je het niet wil. En dan denk ik weer… waar is mijn trombone, waar is het podium? Muziek is mijn manier van vlekkeloos communiceren! En daar kan ik als dirigent mooi mijn handen voor gebruiken of het heel hard voorzingen. Geen moeilijke Italiaanse woorden (zeg maar eens “Staccatissimo…”) maar lekker op mijn eigen manier. En dat veroorzaakt nog wel eens veel lol, bij mijn muzikanten maar ook bij mezelf. Conclusie: ik blijf lekker stotteren. 

Ben ik de enige stotterende dirigent van het land?